Graven aan de oppervlakte

“Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?” Matteüs 6.25

Openlucht-mijnbouw heeft een slechte naam: als reusachtige sprinkhanen grazen enorme draglines met gigantische schoepenwielen, de zogenaamde bucket wheel excavators, het landschap kaal in hun honger naar vervuilende bruinkool voor onze energieverslindende welvaartsmaatschappij.

Nee, dan was de oude mijnbouw met diepe schachten en lange gangen een veel minder grote aanslag op alles wat we belangrijk vinden. (Maar de kompels hadden met hun stoflongen dan vaak wel een kort en ellendig leven in de verborgen duisternis van de mijn.)

In geestelijk opzicht heeft diepgang ook betere papieren dan de oppervlakte. Alles wat diep is, is automatisch ook beter. Oppervlakkig vermaak is voor mensen die niet bereid of in staat zijn om kritisch na te denken. In kerk en politiek sluiten wij ons vaak aan bij een minderheid van intellectuelen, waar de zin van het leven gezocht wordt in de diepte als een kostbare delfstof.

Toch wil ik ook een lans breken voor de oppervlakte. Wie goed kijkt kan ook aan de oppervlakte van het leven veel schoonheid, waarheid, goedheid en geloof ontdekken. In het Jim Carrey-filmprogramma in de Ster lijkt de oppervlakkigheid ervan af te druipen. Het zijn stuk voor stuk in Hollywood gemaakte massaproducten. Maar toch kun je er met de juiste interesse en een scherpe blik veel waardevols van leren over leven, liefde en zelfs geloof.

In het Evangelie naar Mattheüs, in de Bergrede, wordt de zorgeloosheid van de vogels en de bloemen ons als voorbeeld voorgehouden. Zij maken zich geen zorgen over wat eten, drinken en kleding. Wij moeten zijn als zij: ze lijken oppervlakkig, maar juist door zich geen zorgen te maken over oppervlakkige dingen als eten en kleding, kunnen zij ruimte maken voor wat echt belangrijk is. En zo staan zij in al hun naïeve eenvoud misschien dichter bij de zin van het leven dan wij met al onze kennis en inzicht.

 

Matthijs de Vries