Kerkdienst 14 april 2019

Kerkdienst 7 april 2019

Kerkdienst 31 maart 2019

Lam Gods

Onlangs zag ik Gent de voorstelling Lam Gods van de Zwitsers regisseur Milo Rau, die sinda anderhalf jaar artistiek leider is van het Nationale Toneel Gent. Rau ziet het als zijn missie om het theater opnieuw uit te vinden en stelde tien geboden op, die als regels moeten gaan gelden voor het nieuwe theatermaken. Een van die regels schrijft voor dat het theater dat in de stad wordt gemaakt ook ván de stad moet zijn. Op het toneel moeten de verhalen worden verteld die dicht tegen de actualiteit aanliggen, zo mogelijk gespeeld met mensen uit de stad zelf.

Met de voorstelling Lam Gods probeerde Rau zijn regels voor het eerst toe te passen. Als uitgangspunt voor het verhaal nam hij het altaarstuk van de gebroeders van Eijk, het Lam Gods. Op dit altaarstuk, uit de late Middeleeuwen, figureren de inwoners van Gent als Adam en Eva, aartsvaders, Maria kruisvaarders etc. Rau stelde zich de vraag wie er nu zou worden afgebeeld op het schilderij en nodigde de Gentenaren uit zich in te schrijven voor een rol in het stuk. Voor de rol van kruisvader ging Rau op zoek naar een Jihadstrijder die uit Syrie was teruggekeerd en dat leidde tot grote commotie in de Belgische politiek. Ook zijn voornemen om in elk voorstelling daadwerkelijk een lam te slachten haalde het niet. Uiteindelijk kwam er een toneelstuk tot stand in de vorm van een montage. Op het toneel stond een leeg frame met de afmetingen van het altaarstuk, dat gaandeweg werd ingevuld door spelers die zich kwamen melden bij twee acteurs die hen interviewden. Vervolgens namen zij hun positie in en werden onderdeel van het schilderij.

De methode van Rau geeft mij te denken. En dan vooral zijn uitgangspunt dat het verhaal weliswaar vormgegeven wordt op het toneel, maar in feite al in de stad aanwezig is. Het moet alleen zichtbaar worden gemaakt. Wat zou er gebeuren als je het concept van Rau toepast op de kerk? In de kerk verzamelen we ons rondom de Schrift, we leggen die elke zondag uit, we kennen daar de verhalen. Wil je iets van het evangelie weten dan is de kerk de vindplaats waar dat wordt doorgegeven. Maar als we nu eens anders gaan denken? En er vanuit gaan dat al die Bijbelse verhalen onder ons liggen. Gewoon in de samenleving? En dat het één van de taken van de kerken is om mensen daarvan bewust te maken. En hen aan de hand van het evangelie in feite hun eigen verhaal teruggeven? De kerk heeft nog het oude idee een ‘woord voor de wereld’ te hebben. De kerk weet wat de wereld nog niet weet., we hebben een missionaire opdracht. Maar dat plaatst de kerk ook in een tegenstelling, het is meer een instituut tegenover de samenleving dan een instituut ván de samenleving. In de ogen van Rau was het theater in een zelfde positie terecht gekomen. Het was niet meer van de mensen zelf. De kleine club die het draaiende hield gedroeg zich als elite. Met de voorstelling ‘Lam Gods’, brak hij uit het isolement. Hij gaf het theater aan de stad terug. De Gentenaren kwamen massaal kijken. En verbaasden zich over wie zij waren. Ik kwam het theater uit met een vraag. Zouden we de kerk ook aan de samenleving terug kunnen geven?

Ferdinand Borger